Art deco

Hoe herken je een art-decohuis van Jean-Baptiste Dewin? Net als in zijn art-nouveau-periode zijn er kenmerken die het mogelijk maken zijn stijl gemakkelijk te herkennen. Het zou onjuist zijn te zeggen dat Dewins art-decoperiode een formele samenhang zou hebben die zich onderscheidt van zijn vooroorlogse ontwerpen. Integendeel, zijn art-decovilla’s grijpen terug op reeds toegepaste elementen: mansardedaken, ramen met roedenverdelingen, luifels, imposante portieken en trappen, afwisseling van lichte en donkere horizontale gevelbanden, pilasters die de verticaliteit benadrukken, luchtige, kleurrijke glas-in-loodpanelen in de ramen, een totaalconcept waarin buiten- en binnenruimtes met elkaar in dialoog treden, comfort en levensvreugde, weelderige decoraties, overvloed aan marmer, verzorgde hekwerken voor de achterliggende zones, enz.

Daarentegen duiken er nieuwe elementen op, zoals het vrijwel systematische beroep op zijn vriend Joseph De Coene voor de uitvoering van het interieurontwerp en de inrichting, de introductie van dakkapellen met gebogen of trapeziumvormige frontons om ritme aan de daken te geven, en driedimensionale sculpturale elementen om het monumentale karakter van de entreepoorten te benadrukken. De witte en lichte gevels maken plaats voor oranje baksteen en blauwe hardsteen. Daarnaast verschijnen er in enkele villa’s pergola’s en overdekte terrassen.

Fragment uit het ongepubliceerde artikel van Benoît Schoonbroodt, Jean-Baptiste DEWIN (1873-1948), mei 2026.

 

Foto's